3. Oorlog en tentoonstellingen Apport (1941-1945)

Anno 1941, de Jeugd Kunst (Art Jeune) tentoonstelling in de Atrium Galerie te Brussel legt de nadruk op het werk van Louis Van Lint, die de prijs van de krant Le Soir zal winnen tijdens deze gelegenheid. Datzelfde jaar, het complexe jaar der bezetting, zullen Louis Van Lint, Gaston Bertrand en Anne Bonnet er alsnog in  slagen de tentoonstelling van jonge Belgische kunstenaars op te zetten in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel, genaamd Bijdrage 41 (Apport 41). Het daarop volgende jaar, zal Louis Van Lint zijn eerste persoonlijke tentoonstelling openen, terwijl Robert Delevoy, die de Apollo galerie opende, de Apport tentoonstellingen zal overnemen en organiseert de versie 42. De kunsthistoricus Paul Haesaerts vernoemt hem in zijn boek Animisme. Terug naar de mens dat een reeks van Belgische kunstenaars groepeert geboren aan het begin van de eeuw. Hij verdient deze vernoeming door zijn tot nu toe intimistisch geschilderde werken (interieurs, portretten, stadsgezichten). In 1943 zullen een aantal nieuwe werken echter aantonen dat de geest van de kunstenaar evengoed kan ingaan tegen dit animisme. Het gaf in feite een donderslag bij heldere hemel, toen Van Lint zijn nieuwe doek onthulde, Het gevilde lichaam (L'Ecorché), dit tijdens de kunstbeurs Apport 43. Het doek toon een menselijk figuur in verzuurde tonen, zonder zenuwen en ingewanden of enige bescheidenheid, hij ondertiteld zijn werk, als anti-animistische pamflet, Terug naar de Mens (Retour à l'humain). Dit belangrijke werk maakt deel uit van de verzameling Thomas Neirynck, beheerd door de Koning Boudewijnstichting.

Als de artist formele strengheid najaagt in zijn zoektocht naar ascetisme, loopt hij op een strak koord, op een gevoelige draad, door de vorm te willen zuiveren, neemt hij het risico of pure decoratie te bewijzen of er gebeurt een wonder en hij overstijgt de welsprekendheid. En wonderlijk genoeg geniet hij nooit het ware wonder, hij ziet het nooit. Het is in werkelijkheid zijn hersenschim, als een droom die hij eindeloos najaagt, dag in, dag uit.

AKoortsachtige sferen en een gevoel van revolte worden ook weergegeven door een paar andere werken van ditzelfde jaar, zo is er Zelfportret met een rode stropdas (Autoportrait au col ouvert ou à la cravatte rouge), De Millenary Polar Star (La Tramontane Millenaire) en de gebrekkige schalen van rechtvaardigheid (Le Droit se balans ou la Justice bafouée), een schilderij met een quasi bohemien karakter waarin men een theatraal gerechtsgebouw te zien krijgt waar een reeks van rechters en advocaten gedwongen op de galg geplaatst wordt, verborgen achter Ensoriaanse maskers. Niet tegenstaand is 1943 ook het jaar waarin de kunstenaar  als winnaar naar voren komt,  tijdens de Populaire Kunst Prijs te Brussel. Zijn werk vraagt belangstelling van critici, verkrijgt dit, en trekt zo zijn eerste kunstverzamelaars aan.