2. Post academische periode (1938-1940)

Zijn techniek, het picturale realisme, geërfd van zowel Ensor als van de Brabantse fauvisten  laat de jonge Van Lint vet formele en chromatische vereenvoudigingen weergeven. Net als zijn leermeesters, profiteert hij van een aangeboren meningsuiting door middel van gevoel voor kleur. De jonge schilder zal een deel gaan vormen van de picturale vernieuwing die zich manifesteert in het gezelschap van artiesten als Gaston Bertrand en Anne Bonnet, zijn medeleerlingen aan de Academie van Sint-Joost. De esthetische affiniteit tussen deze kunstenaars is al gewaardeerd sinds  1938 en bekend onder de naam Jonge artiesten (Art Jeune) in de Brusselse galerie Atrium. Ze worden echter uitgesloten op het Lente Salon (Salon de Mai) en de eenheid die hen verbindt zal leiden tot het vormen van de groep The Free Way (La Route Libre), een groep van jonge collega-studenten van de Academie, in 1940 organiseren zij een tentoonstelling in de Toison d'Or Gallery te Brussel.

Van Lint’s werk komt voort uit een rijke aanwezigheid van verf die flirt tijdens een subtiel spel van transparantie en licht, zoals dat van een sluier, een kreet die jong en scherp is.