8. Een lyriek geladen met de stemmen van de Aarde (1968-1973)

Trouw aan de inspiratie zoals altijd gevoed door natuurlijke elementen, dewelke  essentiële dingen uiten over de mensheid, verdiept de schilder zich en decanteert deze natuur, meer geneigd dan ooit om de nuances en de mysteries te exploiteren. Zijn werken lijken herhaaldelijk gescheurde zeilen, die iets van het tumult van de wereld blootgeven zoals De dood van de strijder (La mort du guerrier), Oncontroleerbare lach van een man van de XXste eeuw (Le fou rire de l'homme duXXe siècle), hoe dan ook ze hebben een persoonlijke intimiteit met de natuurlijke wereld, die dan ook zeer rijk is aan metaforen.

Men kan geen abstract schilderij improviseren. Het is vervoerend, het resultaat van een werk, van een altijd toeziende waarneming.

Tijdens een verblijf in Bretagne, wandelend over het strand van Dinard, onderzoekt de schilder het zeewier, van dewelke hij zei, "ze waren aanwezig in een grote verscheidenheid van vormen, sommige scherp, anderen gedraaid", en voegt hieraan toe: "Ik zag er de visie van onze tijd in met alle oorlogsgeluiden, alle meningsverschillen, alle misverstanden ". Een aantal schilderijen uit die periode vinden hun oorsprong in de ontdekkingen die de kunstenaar maakt tijdens zijn reizen: Spanje en Portugal in 1968, die voornamelijk Nazarez zullen inspireren en zijn verrassend Eerbetoon aan Gaudi (Hommage à Gaudi), Tunesië in 1969, dat de inspiratie inhoudt voor figuratieve en meer abstractere gouaches geïnspireerd door Hammamet en Nabeul, Muziek in Hammamet (Musique à Hammamet), de kust van Amalfi in 1970, Nacht in Sorrento (Nuit à Sorrente), Griekenland en de Egeïsche Eilanden in 1971 die luchtfoto schilderijen uitlokken in de meest elegante decoratieve afbeeldingen Griekse geschriften (Ecriture hellénique), en Apamea's Droom (Le Songe d'Apamée), in 1972 zijn de Haute-Savoie en het meer van Annecy aan de beurt waar de meanderende waterlopen inspireren tot de inventieve variaties van de Thiou, in 1973 de Bretoense kust.