5. Een nieuwe lyrische abstractie (1948-1952)

In 1948, zal Louis Van Lint de eerste Belgische schilder van zijn generatie zijn om abstracte werken met een lyrisch karakter te ontwerpen (kort voordat Jo Delahaut de geometrische abstractie benaderd). Een werk als Compositie - Interieur (Composition - Interieur) maakt een nauwelijks waar te nemen ingenieuze opdeling van veelkleurige vlakke en kleuren, samengevat als een ingerichte interieur. Diverse andere voorwerpen worden dan ook voorwendsel van welsprekende formele afspraken, waar elegante arabesken en de dialoog van contrasterende kleuren overheersen. Echter, vanaf 48, is het vooral de natuur, een kracht van oorspronkelijke elementen, waargenomen door de subjectiviteit van de kunstenaar, die zal leiden tot een aantal zeer geïnspireerde abstracties. In dit verband is Hemel, zee en grond (Ciel, mer et terre), een doek dat golven en wolken verzet, verplaatst, de eerste belangrijke stap in de richting van zijn lyrische abstractie, die het merkteken zal vormen van de reputatie en de originaliteit van Van Lint's kunst.

We zijn in de aanwezigheid van een intense en veroverend, levend universum, waar het onophoudelijke de mogelijke opstelling bevestigt van een autonome wereld, waar gevoeligheid zich kan uitstorten, vrij van alle beschrijvende bedoeling.

De kunstenaar neemt deel aan een spontane stijl met de opkomst van de uitgebreide tekens, die verschijnen als formele metaforen als plantaardige, biologisch, of kosmische natuur zoals Muziek in de hel (Musique en enfer). Deze tekens, als langgerekte cellen met nauw met elkaar verweven bochten, maar makkelijk gebroken hoeken, vinden hun consistentie en kracht van meningsuiting binnen het creatieve gebruik van vlakke tinten,  Symfonie in Rood (Symphonie en rouge), soms ook in donkere en zwart-wit tinten, Magische compositie (Composition magique). In 1950 zijn deze werken te zien in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel, daarna in een Parijse galerie en in Amsterdam in 1951. Gedurende deze jaren is Van Lint bewonderd door zijn stagiairs binnen de COBRA-groep, en nodigt hen ook uit om deel te nemen aan sommige tentoonstellingen en activiteiten. In 1949 maakt hij naam met zijn Magische Lantaarn, een prachtig werk, gemaakt uit gesneden karton en cellofaan, en het eerste kinetische werk in België, het projecteert abstracte vormen. "Ouder en gescheiden van de Deense invloed, inspireert Van Lint ons van heel dichtbij", schreef de dichter PB Noiret van CoBrA. Al in 1951, het jaar waarin het ministerie van Cultuur de kunstcriticus Leon-Louis Sosset vraagt een eerste monografie te schrijven gewijd aan de kunstenaar, geven enkele schilderijen de kunstenaar het verlangen om zijn heruitvinding van de waarheid te uiten door middel van seriële composities of indringende orthogonale, verticale, horizontale en schuine segmenten accentueren het doek of gouache. Er zijn ook enkele werken geïnspireerd door de gebrandschilderde ramen van Chartres in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen, of soms door muziekinstrumenten zoals in de prachtige Muzikale compositie (composition Musicale). Afgebeeld in diverse internationale tentoonstellingen, brengen de werken van Van Lint een paar prijzen op: in Santa Margherita-Ligurië in 1950, in Lugano in 1952, en hij wordt verzonden door België naar de eerste Internationale Biënnale van São Paulo in 1951 Deze abstracte stichting stopt Van Lint niet ook figuratieve werken te creëren, duidelijk aangespoord door zijn voorliefde voor abstracte arrangementen tussen vormen en kleuren Man die zich scheert, Zelfportret (Homme se Rasant, autoportrait).